Wat is het verschil tussen wandelen en hiken?

Wat is het verschil tussen wandelen en hiken?

Dit is de algemene introductie van de blog.

Op papier lijken wandelen en hiken hetzelfde: je zet één voet voor de andere.
In het echt zijn er een paar grote verschillen:

  • Afstand: 25 km is voor de meesten geen “zondagse wandeling” meer.
  • Ondergrond: bospaden, modder, stenen, wortels, soms steil omhoog of omlaag.
  • Hoogtemeters: 25 km in de polder is iets anders dan 25 km met 800m stijgen.
  • Rugzak: je draagt water, snacks, regenjas, misschien extra kleren.

Belangrijk om te onthouden:

25 km op vlak terrein is haalbaar voor veel beginners,
25 km in serieuze bergen is een ander niveau.

In deze blog focussen we op een eerste 25 km daghike op relatief gemakkelijk terrein: bossen, veldwegen, licht glooiend.

 

2. Realistische verwachtingen: wat mag je wél en niet verwachten?

Wat je wél mag verwachten:

  • Dat je moe bent op het einde (logisch, het is ver).
  • Dat je momenten hebt van “pfff, waarom doe ik dit?”.
  • Dat je achteraf apetrots bent – en dat je eten nog nooit zo lekker smaakte.

Wat je beter níét verwacht:

  • Dat je gemiddeld 6 km/u gaat stappen “zoals op Google Maps”.
  • Dat je amper moet pauzeren.
  • Dat je met slechte schoenen en nul voorbereiding “wel zal zien”.

Hou als richtlijn:

  • Gemiddeld tempo: 4–5 km/u, inclusief korte pauzes.
  • 25 km = 5 à 7 uur effectief onderweg, afhankelijk van terrein en jouw tempo.

 

3. Van 0 naar 25 km: een simpel opbouwplan

Je hoeft geen militair schema te volgen. Maar een beetje opbouw maakt alles leuker en veiliger.

Week 1–2: basis leggen

  • 2 wandelingen per week van 5–7 km
  • 1 iets langere wandeling van 8–10 km in het weekend
  • Focus: gewoon consequent in beweging zijn.

Week 3–4: iets langer

  • 1–2 wandelingen van 7–10 km
  • 1 weekendwandeling van 12–15 km
  • Probeer al eens met een lichte rugzak te wandelen (water + trui).

Week 5–6: richting doel

  • 1 wandeling van 8–10 km door de week
  • 1 langere wandeling van 16–18 km
  • Test je schoenen, sokken, rugzak, eten & drinken zoals je dat ook op de 25 km wilt doen.

Week 7: generale repetitie

  • Eén wandeling van 20–22 km
    • Is dat lastig maar haalbaar? Dan ben je klaar voor 25 km.
    • Voelt het nog veel te zwaar? Blijf nog een paar weken in deze zone hangen en bouw rustig verder op.

Week 8: je eerste 25 km

  • Kies een route die:
    • niet té technisch is
    • geen extreme hoogtemeters heeft
    • onderweg mogelijkheden biedt om even te zitten (bankjes, cafeetjes…)

 

4. Tempo: trager is vaak slimmer

De grootste fout van beginners: te snel starten.

Je vertrekt vol energie, stapt de eerste 5 km aan 6 km/u en tegen km 15 ben je al half gecrasht.

Beter:

  • Start aan een tempo waarbij je nog gemakkelijk een gesprek kan voeren.
    • Dat is meestal rond 4–5 km/u.
  • Check af en toe even bij jezelf:
    • kan ik dit tempo uren volhouden?
    • zo niet → één tandje trager.

Pro-tip:

De eerste 5 km voelen vaak té makkelijk.
Het is oké als je je “inhoudt” – je lichaam bedankt je later.

 

5. Pauzes: slim doseren, niet crashen

Pauzes zijn geen teken dat je “zwak” bent, maar een onderdeel van je plan.

Richtlijnen

  • Korte micropauzes: elke 30–45 minuten even 1–2 minuten trager stappen, schouders rollen, slokje drinken.
  • Echte pauze: om de 2 à 3 uur 10–15 minuten zitten, snacken, schoenen even losmaken als dat nodig is.

Let op met:

  • té lange pauzes van 30+ minuten → je koelt af en vertrekt stijf en loom.
  • in één keer 15 km doorrammen zonder ook maar iets te eten of te drinken.

 

6. Eten & drinken: je motor draaiende houden

Je lichaam is geen magische machine: als er geen brandstof is, valt het stil.

Drinken

  • Streef naar ongeveer 0,5 liter per 1,5–2 uur wandelen (bij warm weer meer).
  • Verdeel je slokken: beter vaak kleine beetjes dan één keer een halve liter in één keer.

Eten

Denk in “snacks per uur” in plaats van één grote lunch.

Ideeën:

  • notenmix
  • energierepen of mueslirepen
  • banaan of appel
  • gedroogd fruit
  • wrap met hummus, kaas of kip
  • stukjes kaas of droge worst (als je dat graag hebt)

Plan om elk uur een kleine snack te nemen, ook als je nog niet “doodgaat van de honger”.
Zo voorkom je de beruchte hongerklop.

 

7. Blaren: voorkomen is beter dan plakken

Blaren zijn dé klassieker bij lange hikes, maar je kan er veel aan doen.

Schoenen

  • Koop wandelschoenen die echt goed passen (liever iets ruimer dan te klein).
  • Loop je schoenen in op kortere wandelingen voor je 25 km gaat doen.

Sokken

  • Investeer in goede wandelsokken (liefst geen katoen).
  • Naadloze sokken of speciale hikesokken verminderen wrijving.

Preventie

  • Heb je “hotspots” waar je vaak blaren krijgt (hiel, kleine teen)?
    • Plak er voor vertrek al tape of blarenpleisters op.
  • Houd je voeten droog:
    • sokken wisselen als ze nat zijn
    • bij warme dagen eventueel talkpoeder gebruiken.

Tijdens de hike

  • Voel je een beginnende blaar?
    • Stop meteen.
    • Sokken uit, pleister of tape erop, verder stappen.
    • Wachten “tot de volgende pauze” = gegarandeerd miserie.

 

8. Mentale game: hoe hou je het leuk?

25 km is niet alleen een fysieke, maar ook een mentale uitdaging.

Tips:

  • Deel de route op in stukjes:
    • “tot km 5”, “tot de lunch”, “tot km 20”, “laatste 5 km”.
  • Kijk niet constant naar hoeveel er nog over blijft.
  • Gun jezelf kleine “rewards”:
    • bij km 10 mag je je favoriete snack,
    • bij km 20 een langere pauze op een mooie plek.

En onthoud:

Een dipje onderweg betekent niet dat je “niet gemaakt bent voor hiken”.
Het betekent gewoon dat je lichaam zegt: even herbekijken – drinken, eten, pauze.

 

9. Korte checklist voor je eerste 25 km

Kleding & schoenen

  • ingelopen wandelschoenen
  • goede wandelsokken (+ 1 reservepaar)
  • laagjes: T-shirt / longsleeve, fleece, lichte regenjas
  • eventueel pet/muts afhankelijk van het seizoen

Rugzak

  • 1,5–2 liter water (meer bij warmte)
  • snacks voor de hele dag
  • klein EHBO-setje
  • blarenpleisters / sporttape
  • zakdoeken / wc-papier
  • powerbank + kabel (gsm/GPS)

Voor vertrek

  • route gedownload op je gsm/GPS (offline)
  • weerbericht gecheckt
  • iemand laten weten waar je gaat hiken en ongeveer hoe lang

 

10. Na je eerste 25 km: en dan?

Na je eerste 25 km hike ben je geen complete beginner meer.
Misschien denk je:

  • “Nooit meer” → dan was je route of tempo misschien te hard, maar hé, je hebt het wél gedaan.
  • “Wanneer is de volgende?” → welkom in de club 😄

Wat je in beide gevallen kan doen:

  • Evalueer:
    • Waar kreeg je pijn?
    • Had je genoeg gegeten en gedronken?
    • Waren je schoenen oké?
  • Pas je materiaal en voorbereiding aan voor de volgende keer.

Wat is het verschil tussen wandelen en hiken?

Dit is de algemene introductie van de blog.